Klik hier om naar de startpagina van WielrennenMaastricht.nl te gaan
Home | Wielrennen in Maastricht | Historie | Zesdaagse

de historie van de maastrichtse zesdaagse





Terugkeer zesdaagse

Nadat eerder Amsterdam (2002) en Rotterdam (2005) de zesdaagse weer in ere herstelden, zal ook Maastricht in 2006 voor het eerst sinds 1987 weer een zesdaagse organiseren. Paul Verstappen schreef een artikel over de opkomst en ondergang van de "oude" zesdaagse, die van 1976 tot en met 1987 jaarlijks werd georganiseerd. Hieronder een ingekorte versie van dit artikel.
Klik hier voor het volledige artikel.

maastrichtse zesdaagse. een traditie in ere hersteld?

Door: Paul Verstappen, bewerkt op 10 augustus 2006 door WielrennenMaastricht.nl.

De zesdaagse maakte in 2001 een rentree op de Nederlandse wedstrijdkalender. In Amsterdam werd een bescheiden eerste editie georganiseerd in de nieuwe Velodrome. Het succesvolle Amsterdamse initiatief kreeg in 2005 navolging in de Rotterdamse Ahoy. Leontien van Moorsel nam er afscheid. Zo kreeg de wielerfan in de Maasstad sinds 1987 weer een imponerend wielerevenement voorgeschoteld. Op 28 februari 2005 kondigde Maastricht aan dat er achter de schermen druk wordt gewerkt om het wielercircus in opnieuw te organiseren. In 2006 is het zover. Van 28 september tot en met 3 oktober is er weer een zesdaagse in de Limburgse hoofdstad. Maar waarom verdween dit wielercircus eind jaren tachtig eigenlijk uit Nederland?

De zesdaagse

In de baandiscipline “zesdaagse” strijden koppels om de zege, waarbij op verschillende onderdelen punten kunnen worden behaald. De koppelkoers (‘madison’) werd vanaf 1899 in het Madison Square Garden in New York voor het eerst verreden. Het is nog steeds het koningsnummer. Andere onderdelen zijn de puntenkoers, de dernykoers, de afvalkoers en de snelste baanronde. In de koppelkoers is het mogelijk om een ronde voorsprong te pakken op je tegenstanders. Het duo met de meeste ronden voorsprong wint uiteindelijk.

Maastrichtse historie

De wortels van de Maastrichtse zesdaagse liggen in het jaar 1976. Het wielerfenomeen kwam in Limburg pas laat van de grond, vergeleken met Amsterdam (1932), Rotterdam en Groningen. De initiatiefnemer voor het wielerspektakel was dr. Jan M.H. Huynen, destijds Algemeen Directeur van Eurohal Maastricht BV. “Tijdens de Ronde van Kortenhoef in 1976 kwam hij met Peter Post overeen, dat deze laatste wedstrijdleider zou worden in de eerste Maastrichtse Zesdaagse, die van 17 tot en met 22 december in de Eurohal gehouden zou worden” (boek: Zesdaagse Maastricht 1976-1985). Zo’n 3000 bezoekers konden plaats nemen in de hal, die in 1987 werd afgebroken. Het huidige MECC (congrescentrum) kwam er voor in de plaats, maar de zesdaagse kreeg er (vooralsnog) nooit een plekje.

Jan Seuren (oud- sportverslaggever bij Dagblad De Limburger) wijst op de enorme spektakelwaarde van het evenement, die vooral door de coureurs werd geregisseerd: “Talloze toppers stonden aan de start van de eerste uitgave. Patrick Sercu en Graeme Gilmore werden de eerste winnaars. Sercu was de beste renner in de geschiedenis van het zesdaagsencircuit. Hij was ‘de keizer aller six-days’. De Belg was ook iemand die als renner meedacht om de spektakelwaarde op niveau te houden. Hij leerde de stiel van zijn vader Albert, die ook graag grappen uithaalde. Het koppel Sercu-Merckx sprak het meest tot de verbeelding. Zij wonnen de tweede editie van de zesdaagse van Maastricht. Maar de grootste clown was de Belg Willy de Bosscher. Deze verstopte zich bijvoorbeeld eens in de slaapcabine.Vooral tijdens de afvallingswedstrijden, waarin hij met zijn snelheid tot zijn recht kwam, voerde hij nummers op die het publiek op de banken deed brullen van plezier. Willy De Bosscher was de laatste echte entertainer.” Danny Clark was één andere topper uit de Maastrichtse historie. Ook hij zorgde voor veel ambiance. Volgens intimi was Clark zelfs beter dan Patrick Sercu. Clark startte vaker in zesdaagsen dan de Belg en reed er ook meer uit: 220 (Clark) en Sercu (211). Vier keer won de Australiër in Maastricht met Don Allan (1x), twee keer met (Doyle) en met René Pijnen. Clarke was alleen maar uit op financieel gewin. Het gebeurde eens in München dat hij van de organisatoren vlak voor de zesdaagse enkele duizenden marken meer eiste.” In de Eurohal van Maastricht werden twaalf zesdaagsen gehouden. In de laatste zesdaagse beëindigde Joop Zoetemelk zijn wielerloopbaan. Dit zorgde voor een massale opkomst van bezoekers.

Inmiddels werkt de ‘Stichting Euro Zesdaagse’ achter de schermen aan de rentree van het wielerevenement in de Limburgse hoofdstad. De inspirerende kracht is oud-wethouder van Maastricht Jan Hoen. In Dagblad De Limburger liet hij op 28 februari 2005 het volgend optekenen: “Met een Zesdaagse is een bedrag van meerdere tonnen gemoeid. We moeten zeventig sponsorboxen verkopen en inkomsten werven. En we stappen ook naar de gemeente.” Bij het aantrekken van voldoende kapitaalkrachtige sponsors, moeten Maastricht overigens concurreren met Hasselt. Deze stad in Belgisch-Limburg, gelegen op zo’n half uur rijden van Maastricht, heeft afgelopen baanseizoen ook voor het eerst weer een zesdaagse georganiseerd.

Oorzaken voor de val

NOS-sportcommentator Herbert Dijkstra, zelf oud-amateur, vindt het moeilijk om dé oorzaak aan te wijzen voor het de teloorgang van de Maastrichtse ‘Six Days’. Volgens hem is er eerder sprake van een samenspel van verschillende factoren.
Dijkstra: “Een eerste oorzaak is de opkomst van nieuwe funsporten in de jaren tachtig, zoals windsurfen en skaten. Vroeger was wielrennen, naast voetbal, de belangrijkste volkssport. Maar de sportagenda raakte sinds de jaren tachtig overvol. Er ontstond daardoor een moordende concurrentieslag tussen de verschillende sporten. Windsurfen werd al snel een Olympische sport, in tegenstelling tot de zesdaagse.”
Volgens Mark Sijm, PR-man bij de Skil-Shimano-wielerploeg, kent de belangstelling voor sport altijd natuurlijke golfbewegingen. Sijm studeerde Sportmarketing aan de Johan Cruijff University. Voor zijn afstudeeronderzoek bracht hij het huidige Limburgse sportklimaat uitgebreid in kaart. “Wanneer men uitgekeken raakt op een bepaalde sport, zoeken de sportliefhebbers iets anders. Hierdoor nam de belangstelling voor de zesdaagse af. Het toeschouwersaantal werd over teveel sportevenementen verdeeld.”

Ook de toenemende tijdsdruk speelt een belangrijke rol. “Een zesdaagse legt een groot tijdsbeslag op mensen. Waar vind je het nog dat men zes dagen achter elkaar tijd vrij kan maken voor het bezoeken een sportwedstrijd? Je ziet dat ook in het schaatsen. Grote evenementen, zoals de Olympische Spelen en WK’s raken nog wel snel uitverkocht, maar bij de wereldbekerwedstrijden schaatsen in Thialf, zie ik nog voldoende lege plekken op de tribunes”, aldus Dijkstra. Kortom: ook het Maastrichtse baanwielrennen ontkwam niet aan de schaalvergroting in de sport.

Volgens Sijm werd de dalende trend versterkt door een revolutionaire ontwikkeling in de topsport. “In de jaren tachtig werd het noodzakelijk om je als professional te specialiseren in slechts één wielerdiscipline. Grote vedettes uit de Tour de France, zoals Joop Zoetemelk en Gerrie Knetemann, namen nog wel deel aan het zesdaagsencircuit. Maar steeds minder ‘grote namen’ kwamen er aan het vertrek.” Specialisatie heeft ook volgens Dijkstra duidelijke sporen achter gelaten: “Begin jaren tachtig was het voor de profwielrenners nog mogelijk om verschillende onderdelen te combineren. Nu werden renners gedwongen om zich te focussen op één bepaalde wedstrijd. Een potentiële winnaar van een zesdaagse moet juist zeer veelzijdig zijn. Dat enkele Australische baanwielrenners, zoals Bradley Mc-Gee, ook goede prestaties neerzetten in de Tour de France, zie ik als een uitzondering.” Volgens Sijm heeft deze trend zich vanuit Italië verspreid over de overige wielerlanden. “Italië presteerde in die periode zeer slecht en dan gaat men op zoek naar creatieve mogelijkheden om de prestaties te verbeteren. In 1984 verbeterde Francesco Moser het werelduurrecord van Eddy Merckx. Hij verlegde de grens naar 50,8 kilometer per uur. De wetenschappelijke benadering van het wielrennen, maakte een eind aan belangrijke wielermythes. Véél kilometers maken was niet langer een noodzaak om successen te boeken. De hartslagmeter werd een hulpmiddel om de prestatiecurve te controleren. Door testen in windtunnels verbeterde de aërodynamische zithouding op de fiets. Er werd gewerkt met trainingsschema’s, waarbij intensieve trainingen werden afgewisseld rustperiodes. Daarom lieten steeds meer renners de zesdaagsen aan zich voorbij gaan. Volgens onbevestigde geruchten zou in deze periode EPO zijn intrede hebben gedaan in het wielermilieu. In ieder geval ontstond een dunne scheidingslijn tussen medische begeleiding en doping.” Het gevolg hiervan was duidelijk. Minder sterren aan de start van een zesdaagse zorgde voor een tanende belangstelling van het publiek, waardoor uiteindelijk ook steeds meer sponsoren afhaakten.

Toen de tenoren die wél aan de start kwamen ook nog eens hun financiële eisen aanmerkelijk gingen opschroeven, ontstond uiteindelijk een kansloze situatie. Volgens Jan Seuren hadden de Maastrichtse organisatoren daarom geen geld meer om het spektakel nog te organiseren. “De startgelden van de toppers rezen de pan uit”, aldus Seuren. Overigens was de Amerikaan Greg Lemond de belangrijkste trendsetter van deze ontwikkeling. Hij was de eerste wielrenner die een jaarsalaris opstreek van één miljoen dollar. Door de alsmaar stijgende jaarsalarissen, werd het voor de grote vedetten onaantrekkelijk om aan de start te verschijnen van een zesdaagse.

Toekomstverwachting

Door de uitstekende prestaties van de Nederlandse baanwielrenners, kreeg ook de zesdaagse een behoorlijke impuls. Bondscoach Peter Pieters verdient daarom een groot compliment. Vanuit een deskundige visie en met een duidelijke planning, is hij de drijvende kracht achter de huidige successen.

Veel wielerliefhebbers zoeken naar een vleugje nostalgie ‘uit de oude doos’. Wie verlangt er niet terug naar de bedwelmende geur van frites en massageolie, knetterende motoren van de derny’s, ludieke fratsen van een nieuwe Willy de Bosscher en een tot de nok gevulde hal? Maar de jeugd heeft de toekomst. En het is een grote uitdaging om de jongeren te interesseren voor het baanwielrennen. Misschien dat er dan in de toekomst weer jarenlang, zinderende sprintduels worden uitgevochten in een Bourgondische ambiance.

Tips, vragen of opmerkingen? Mail de webmaster! | Sitemap | Klik hier om de RSS-feed van WielrennenMaastricht.nl te openen (RSS-info) | Adverteren
| Disclaimer | ©2005-2017 Wielrennen Maastricht | Ontwerp: Didavizion Webdesign |